19 januari 2012

Ik ben flink, en trots. Ik heb geleerd om mijzelf op te rapen, en alleen door 't leven te strompelen. Tot ik opnieuw dansen kan, en mijzelf in iemand willekeurig zijn armen smijt. Goedgelovig dat zij mij wel zouden opvangen, om ze dan zelf bij het oud huisvuil te dumpen. Ik ben ni lief, ik ben ni trots. Op niks van alles wat ik deed, op niks van alles wat ik heb bereikt of kwijtgeraakt ben. Ik ben alleen, altijd alleen. Ik raasde den afgrond in, en ik was er van overtuigd dat gij ne parachute zou zijn. Dat uw armen veilig waren, dat ik er met kon vliegen en dat ik ze 's nachts als deken rond mijn lijf kon vouwen. Maar gij zijt alleen maar een slecht geweten, dat mij meermaals en nodeloos op mijn vingers tikt. Tot ze blauw zien, en ik alleen nog maar in een hoekske wenen wil. Maar ik ben flink, en ik ben trots. Ik laat u los, voor gij mij aan de kant schuift. Ik wil u altijd een stapke voor zijn, terwijl ik lig te janken aan uw been. Uwe rug is breed en veel te schoon, en ik wil er vaak genoeg mijn tanden en nagels in zetten. Als ge 'm een beetje minder snel naar mij had toegekeerd, misschien. En ik ben sterk, en ik ben flink en ik schuif mijne trots voor u ni opzij. Ge zijt mij kwijt, en ik breek uw hart voor gij dat met het mijne doet. Denk ik. 

Maar ik ga u nog ene keer smsen, nog ene keer bellen, of mailen misschien. Dat ge naast mij wilt komen liggen, dat ge nog eens wilt zeggen dat ge mij graag ziet. Dat ge zot zijt van mij, en dat ge lacht zoals alleen gij dat kunt. Dat ik mijn hoofd op uw borst kan leggen, en het kloppen van uw hart mijn klok wordt. Dat ge mij beter maakt, want 't is nodig. Ik ben ni sterk, ik ben ni flink, ik ben ni trots. Ik ben niks, zonder u. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten